De commissie stelt een minderjarige van twaalf jaar of ouder die bij een bezwaarschrift in het kader van de Jeugdwet en daarop gebaseerde regelgeving is betrokken, in de gelegenheid zijn mening mondeling of schriftelijk kenbaar te maken. De commissie kan besluiten een minderjarige jonger dan twaalf jaar te doen horen.
In afwijking van artikel 10 lid 1 van deze Verordening wordt de minderjarige in beginsel voorafgaand aan de hoorzitting afzonderlijk gehoord. De minderjarige wordt alleen gehoord door de voorzitter in bijzijn van de secretaris. Ouder(s) mogen hierbij aanwezig zijn, mits de jeugdige daarmee instemt. Het verwerende orgaan wordt hiervoor niet uitgenodigd.
De voorzitter van de commissie beslist over de aanwezigheid van ouders bij het horen van de minderjarige.
Indien de voorzitter dit nodig acht, wordt een deskundige gevraagd om bij het horen aanwezig te zijn en samen met de voorzitter de minderjarige te horen.
Van het horen van de minderjarige wordt geen verslag gemaakt. Tijdens de hoorzitting geeft de voorzitter kort en zakelijk weer wat de minderjarige heeft verklaard.
Aan de belanghebbenden wordt geen kopie verstrekt van documenten van de minderjarige.