Naar hoofdinhoud
Een lid kan door het college worden ontslagen op voordracht van de cliëntenraad en nadat het lid door het college is gehoord, indien: het lid handelt in strijd met deze verordening; het lid handelt in strijd met de besluiten en afspraken van de cliëntenraad; het lid herhaaldelijk zonder goede rede verzuimt aan de vergaderingen van de cliëntenraad of een commissie of werkgroep daaruit deel te nemen; het lid de vergaderorde herhaaldelijk verstoort. Over besluiten omtrent een voordracht als bedoeld in lid 1, beslist de cliëntenraad door schriftelijke stemming nadat het betreffende lid in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze daaromtrent kenbaar te maken. Voor een besluit tot een voordracht voor ontslag is een 2/3 meerderheid van het aantal aanwezige leden noodzakelijk. De cliëntenraad kan bij het besluit omtrent de voordracht tot ontslag besluiten een lid voor maximaal 3 maanden te schorsen.

Rechtspraak bij dit artikel