Naar hoofdinhoud
1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet investeren in jongeren ( hierna te noemen: WIJ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet investeren in jongeren. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul. jongere: de jongere bedoeld in artikel 2 van de wet. alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar tot 27 jaar bedoeld in artikel 4 van de wet. alleenstaande ouder: de ongehuwde van 21 tot 27 jaar bedoeld in artikel 4 van de wet. gehuwd: de belanghebbenden bedoeld in artikel 3 van de wet. ten laste komend kind: voor deze begrippen geldt dezelfde omschrijving als weergegeven in artikel 4 van de wet. niet ten laste komend kind: het inwonend eigen kind of stiefkind met inkomsten van ten minste 36% van het netto minimumloon. i.zelfstandige: i.de persoon die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of i. zelfstandig beroep hier te lande en die: voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan; voldoet aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomenstenbelasting 2001, en; 3.alleen of samen met degenen met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico’s daarvan draag. netto minimumloon: voor dit begrip geldt dezelfde beschrijving als bedoeld in artikel 9 van de wet. verzorgingsbehoeftige: degene die, indien hij niet tezamen met een ander persoon de woning zou bewonen, zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een verzorgingstehuis of in een andere inrichting ter verpleging of verzorging. verzorger: de inwonende persoon die de verzorgingsbehoeftige de noodzakelijke 24-uurs zorg biedt. woning: een woning zoals bedoeld in artikel 2a van de wet. woonkosten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van de lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in artikel 1 onderdeel d van de Wet op de Huurtoeslag. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen kosten van groot onderhoud ( overeenkomstig de door het Ministerie van VROM gehanteerde tabel: “vaststelling exploitatiekosten woningbouwcorporaties”) en de te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, de opstalverzekering en, het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten. onderhuur: degene die op commerciële basis een deel van de woning bewoont, waarin tevens de hoofdhuurder dan wel de eigenaar van de woning zijn hoofdverblijf heeft. p.schoolverlater: de jongere die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel