Naar hoofdinhoud
1.De inkomensvoorzieningsnorm, bedoeld in artikel 26, 27 en 28 van de wet en/of toeslag bedoeld in artikel 30 van de wet wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde lager algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm of de toeslag voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning. 2.De verlaging bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto minimumloon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel