De wet zegt dat er voor elke verwerking van persoonsgegevens een rechtmatige grondslag uit de wet van toepassing moet zijn. Dat betekent dat de verwerking alleen mag plaatsvinden:
**•.** Om een verplichting na te komen die in de wet staat;
**•.** Voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is;
**•.** Om een ernstige bedreiging voor de gezondheid van de betrokkene te bestrijden (vitaal belang);
**•.** Voor de goede vervulling van de gemeentelijke taak;
**•.** Als het noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de gemeente of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt. Maar als het belang op bescherming van zijn privacy voor de betrokkene zwaarder weegt, dan is het verwerken van gegevens op grond van een gerechtvaardigd belang niet van toepassing;
**•.** Wanneer de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de specifieke verwerking.
Voor alle grondslagen zal er altijd een noodzaak moeten zijn om die gegevens te verwerken. Of het verwerken van bepaalde gegevens noodzakelijk is, moet altijd gemotiveerd worden.
Van de zes grondslagen zijn voor de gemeente in de praktijk veelal de wettelijke grondslag en de goede vervulling van de gemeentelijke taak leidend. Doordat er tussen de gemeente en de burger een afhankelijkheidsrelatie bestaat, zal de grondslag toestemming zelden kunnen worden gebruikt. Voor veel voorzieningen moet de burger aankloppen bij de gemeente en is de burger dus afhankelijk. Alleen in uitzonderlijke situaties of als de wet dat vereist is toestemming van de burger een grondslag.