markt: de door het college ingestelde warenmarkt;
marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die bij of krachtens artikel 1.3 van de Marktverordening Gemeente Nieuwkoop 2008 is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
marktgeld: een recht voor het gebruik of genot van een standplaats op de markt, alsmede de door de gemeente ten behoeve van die markt verstrekte diensten;
marktdag: de periode van 0.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als hele dag wordt aangemerkt;
marktplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste marktplaats: de marktplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, of andere kooplieden en standwerkers na toestemming van de marktmeester, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
Grondplaats: plaats die wordt toegewezen door de marktmeester aan degenen die met of zonder (eigen) materiaal, niet zijnde een marktkraam of verkoopwagen, wil staan op de markt.
standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
ideële doelstelling: de doelstelling om zonder winstoogmerk een positief maatschappelijk effect te bereiken.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad Nieuwkoop houdende de heffing en invordering van marktgelden 2019