1. De belanghebbende dient bij het indienen van een verzoek tot nadeelcompensatie aan te tonen op welke datum een vergunning is verleend voor het aanleggen van de leiding op de locatie waaruit zij moet worden verlegd.
2. Indien er geen vergunning is verleend omdat de leiding er ligt op grond van een civielrechtelijke afspraak tussen de gemeente en de belanghebbende, dient de belanghebbende bij het indienen van een verzoek tot nadeelcompensatie aan te tonen, op welke datum toestemming is verleend voor het aanleggen van de leiding op de locatie waaruit zij moet worden verlegd.
3. Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning is verleend, of privaatrechtelijke toestemming is verleend, wordt er van uitgegaan dat de betreffende leiding langer dan 15 jaar of in het geval van een vitale transportleiding langer dan 30 jaar aanwezig is, tenzij de netbeheerder naar het oordeel van het college op andere wijze overtuigend aannemelijk kan op welke datum de leiding is gelegd.
4. Het verzoek bevat een verwijzing naar het besluit van het college tot voorlopige vaststelling van nadeelcompensatie.
5. Het verzoek dient een naar kostensoort gespecificeerde opgave van de vergoeding aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1 van deze regeling te bevatten.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Beleidsregel Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Utrecht 2018