Als één ruimte wordt aangemerkt:
een binnen de gemeente gelegen ruimte;
een gedeelte van een in onderdeel a. bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer onder a. bedoelde ruimten of in onderdeel b. bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a. bedoelde ruimte, van een in onderdeel b. bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel c. bedoeld samenstel.
Artikel 3
Belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op de roerende woon- en bedrijfsruimten 2019