**1..** In deze regeling wordt verstaan onder:
kinderopvangtoeslag;
ouder; dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang.
2. In deze regeling wordt verder verstaan onder:
**a..** kinderopvangvoorziening: kindercentrum, waar bedrijfsmatig, of anders dan om niet, verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van de opvang van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs, plaatsvindt;
**b..** peuteropvang: aanbod voor peuters tussen 2 en 4 jaar voor maximaal 7 uur per week verdeeld over 2 dagdelen en 40 weken per jaar;
**c..** voorschoolse educatie: aanbod voor doelgroeppeuters voor maximaal 10,5 uur per week, verdeeld over minimaal 3 dagdelen per week en 40 weken per jaar;
**d..** verklaring voorschoolse educatie (VVE): een door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname aan voorschoolse educatie geïndiceerd is (indicatie);
**e..** ouderbijdrage: het bedrag dat als vaste eigen bijdrage van de ouder verschuldigd is voor kinderopvang;
**f..** Landelijk Register Kinderopvang (LRK): een register op grond van artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang met gegevens van alle geregistreerde kinderopvangvoorzieningen in Nederland.
3. Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 2 bedoelde activiteiten.
Artikel 1.
Begripsbepaling en toepassingsbereik
Onderdeel van Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Borsele 2019