Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2: › Paragraaf

Artikel 2.7

Samenstelling

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en vier overige leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen voor een periode van vier jaar. 2. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af op de dag dat hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan maximaal twee opeenvolgende periodes worden aangewezen als lid van het dagelijks bestuur. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten. 5. Bij langdurige ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur, kan het dagelijks bestuur een lid van het algemeen bestuur als plaatsvervanger aanwijzen voor de duur van de ontstentenis. Het algemeen bestuur besluit over bekrachtiging van deze aanwijzing in zijn eerstvolgende vergadering. Indien het algemeen bestuur besluit de aanwijzing niet te bekrachtigen, dan eindigt de plaatsvervanging de dag volgende op dat besluit

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel