1. De colleges, gezamenlijk en ieder afzonderlijk, en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. Een voorstel van de colleges wordt aan de voorzitter gezonden, die het onverwijld doorzendt aan het algemeen bestuur.
2. De wijziging vindt plaats nadat de colleges, die tezamen ten minste een meerderheid van het aantal inwoners van de gemeenten vertegenwoordigen, daarmee ingestemd hebben, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 1 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
3. Het wijzigingsbesluit regelt zelf zijn inwerkingtreding.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 5.3
Wijziging
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht