Het college trekt een vaste-standplaatsvergunning in:
op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 14.
Het college kan een vaste-standplaatsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:
als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden;
als van de vergunning gedurende ten minste drie maanden geen gebruik is gemaakt; of
als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of
indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 genoemde vereisten.
In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt.
Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 16 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag. In dit geval wordt de standplaats als een dagplaats aangemerkt.
Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 14 is overgeschreven, reeds een vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.
HOOFDSTUK 2. › PARAGRAAF 2.2
Artikel 15.
Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening gemeente West Maas en Waal 2018