Een referendum kan niet worden gehouden over:
besluiten van de raad als beroepsorgaan en besluiten tot het voeren van rechtsgedingen;
besluiten over individuele kwesties, zoals ontslagen;
besluiten over rechtspositionele regelingen;
de vaststelling van de begroting en de jaarrekening van de gemeente;
de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;
onderwerpen waarbij naar het oordeel van de raad het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving;
onderwerpen die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden;
onderwerpen ten aanzien waarvan naar het oordeel van de raad andere dringende redenen bestaan om geen referendum te houden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.4 Uitzonderingen
Artikel 2.4 Uitzonderingen
Onderdeel van Verordening op het raadgevend correctief en het raadplegend referendum