**1..** Als belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in de noodzakelijke kosten van het bestaan dan wel de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 van de WWB, artikel 20 van de IOAW/IOAZ of de artikelen 30c lid 2 en 7 van de wet SUWI voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze verordening de hoogte van de inkomensvoorziening afgestemd op deze gedragingen.
**2..** Verlaging van de inkomensvoorziening wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin belanghebbende de gedraging kan worden verweten.
**3..** In het besluit tot afstemming van de inkomensvoorziening wordt in ieder geval vermeld: de reden van de afstemming, de duur van de afstemming, de ingangsdatum van de maatregel, het percentage of het bedrag waarmee de inkomensvoorziening wordt verlaagd en, indien van toepassing, de reden om af te wijken van een standaardverlaging.
**4..** Het college ziet af van afstemming van de inkomensvoorziening indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte inkomensvoorziening is verleend. Afstemming wegens schending van de inlichtingenplicht gebeurt niet meer na verloop van vijf jaren nadat betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
**5..** Het college kan afzien van het afstemmen van de inkomensvoorziening indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**6..** Indien het college afziet van afstemming op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Artikel 3
Het besluit tot afstemming en het afzien van afstemming
Onderdeel van Handhavings- en afstemmingsverordening inkomensvoorzieningen gemeente Amstelveen