Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 25.

Begeleiding op grond van de Wmo2015

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2019

Gezamenlijk met de cliënt wordt in kaart gebracht op welke levensgebieden er doelen liggen en welke resultaten hierin behaald kunnen worden. Denk aan ontwikkelen van nieuwe vaardigheden, onderhouden van ontwikkelde vaardigheden, het bieden van (dag)structuur en ritme en ontlasting van de mantelzorger. Afhankelijk van het plan, dat onderdeel uit maakt van het onderzoeksverslag, zoals opgesteld is in artikel 5 en 7 van deze beleidsregels wordt gekeken welke vorm het meest passend is. Is behandeling nog mogelijk, dan gaat dit voor op begeleiding. De begeleiding wordt toegekend in een resultaatbudget. In samenspraak met de cliënt wordt bepaald welk resultaatbudget toegekend wordt. Op basis van een regelmatige evaluatie wordt beoordeeld of de vooraf opgestelde doelen bereikt worden. De resultaatbudgetten zijn als volgt gedefinieerd: Complexiteit: Basisondersteuning Basisondersteuning + Gespecialiseerd Intensiteit Licht, gemiddelde inzet is 1 uur per week, 1 – 1,5 dagdeel p/w en een gemiddelde groepsgrootte van 1 op 8. Matig, gemiddelde inzet is 2 uur per week, 2 – 3 dagdelen p/w en een gemiddelde groepsgrootte van 1 op 6,5. Zwaar, gemiddelde inzet is 4 uur per week, 4 - 5 dagdelen p/w en een gemiddelde groepsgrootte van 1 op 4,75. Bij meer dan 7 uren of meer dan 6 dagdelen per week aan begeleiding volgt er maatwerk en worden er een specifiek aantal uren/ dagdelen afgegeven. Er bestaat een verschil tussen basisondersteuning, basisondersteuning + en gespecialiseerd. Basisondersteuning + wordt geboden indien er net iets meer nodig is, dan basisondersteuning, maar er geen sprake is van multiproblematiek. Gespecialiseerd is begeleiding die wordt geboden wanneer er sprake is van zware problematiek die complex genoemd mag worden. Er is begeleiding nodig om de sociale redzaamheid te verbeteren en terugval te voorkomen. Veelal zal er sprake zijn van problematiek op meerdere levensgebieden. Vervoer van en naar de dagbesteding moet indien noodzakelijk mee geïndiceerd worden, de aanbieder van de dagbesteding is hier verantwoordelijk voor. In het onderzoek moet eerst gekeken of er een andere oplossing mogelijk is. Indien vervoer wordt geïndiceerd, dan is de zorgaanbieder, die de juiste zorg kan leveren dicht bij huis voorliggend op een vergelijkbare zorgaanbieder verder weg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel