Voor zover het gebruikelijk is dat partners, ouders, inwonende kinderen en/ of andere huisgenoten elkaar bepaalde hulp bieden, is de cliënt en de jeugdige niet aangewezen op een maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015 of op Jeugdwet.
Gebruikelijke hulp is de hulp die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht. Voor kinderen geldt dat ouders de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen behoren te verzorgen, op te voeden en toezicht aan hen te bieden, ook al is er sprake van een kind met een ziekte, aandoening of beperking.
Bij verblijf gaat het om het leefklimaat beschermende woonomgeving, dat gelet op de levensfase van het kind als gebruikelijke hulp van ouders aan kinderen moet worden aangemerkt.
Het hangt af van de sociale relatie welke hulp mensen elkaar moeten bieden. Hoe intiemer de relatie, des te meer hulp mensen elkaar horen te geven. Als het gebruikelijk is dat mensen in een bepaalde relatie elkaar hulp bieden, is dat niet vrijblijvend met betrekking tot de aanspraak op een maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015 en de Jeugdwet, bijvoorbeeld ouders aan hun kinderen.
Bij het bepalen van de “gebruikelijke hulp”, is het ondersteuningsplan van de cliënt leidend.
Voor de invulling van de gebruikelijke hulp in kortdurende en langdurige situaties is in bijlage 1 een richtlijn opgenomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Gebruikelijke hulp Artikel 10. Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2019