Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter en leden van de commissie zijn, in het belang van de bescherming van persoonlijke levenssfeer, verplicht tot geheimhouding van de aangelegenheden die de individuele burger betreffen. Deze verplichting is ook van toepassing na beëindiging van het lidmaatschap en/of het voorzitterschap. 2.. De voorzitter en leden van de commissie nemen geen deel aan de voorbereiding van een advies op het bezwaarschrift indien zij daarbij, direct of indirect, een persoonlijk belang hebben en daarmee hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. 3.. De vertrouwelijke stukken die aan de voorzitter en leden van de commissie voor de uitoefening van hun taken fysiek worden toegezonden, worden na gebruik aan de secretaris gegeven. De secretaris draagt zorg voor de vernietiging van de fysieke stukken. 4.. Bij schending van de geheimhoudingsplicht door een lid of de voorzitter van een kamer, als bedoeld in lid 1, schorst het college het betreffende commissielid of de voorzitter. Het college stelt het lid van de commissie in de gelegenheid te worden gehoord. Voorts besluit het college of zij overgaat tot een schriftelijk waarschuwing of tot ontslag van het betreffende lid of de voorzitter van de kamer.

Rechtspraak bij dit artikel