Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Gemeente Hattem - Verordening Jeugdhulp 2019

Het college verstrekt een pbg in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. De hoogte van een pgb: Wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over de vraag hoe hij het pgb gaat besteden; Is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten in te kopen; Wordt vastgesteld rekening houdend met formele hulpverlening of informele hulpverlening; Het tarief voor formele hulpverlening wordt vastgesteld op basis van de goedkoopst adequate oplossing voor de benodigde ondersteuning met een maximum van 100% van de geldende gemeentelijke inkooptarieven voor zorg in natura; Het tarief voor informele hulpverlening bedraagt minimaal het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek; Het college kan nadere regels vaststellen over de hoogte van het pgb. Binnen het maximum pgb budget dienen de gestelde doelen uit het gezinsplan binnen de afgesproken periode te worden behaald, tenzij zich nieuwe omstandigheden voordoen waarin dit in redelijkheid niet van de jeugdige en zijn ouders kan worden gevraagd. Een pgb is niet mogelijk en mag niet worden gebruikt: Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de jeugdige of zijn ouders voorafgaande aan de indiening van de aanvraag hebben gemaakt; Als er sprake is van jeugdhulp in een spoedeisende situatie; Voor bemiddelings- of administratiekosten, kosten voor tussenpersonen of gemachtigden of andere kosten samenhangend met het beheer en de administratie van het pgb; Voor het inkopen van andere, overige en algemeen gebruikelijke diensten of voorzieningen. Het college kan nadere regels vaststellen over welke hulp uitgesloten wordt voor informele hulpverleners, in verband met de kwaliteitsborging. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; Personen die staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 6 onder a, b of c, is sprake van informele hulp.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel