Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 17.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en financiële tegemoetkomingen

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vaals houdende regels omtrent WMO Verordening maatschappelijke ondersteuning, versie 2019

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2.. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. Voor alle categorieën personen, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt de bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, als volgt vastgesteld: de minimale eigen bijdrage wordt vastgesteld op 80% van het toepasbaar maximum bedrag uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; het startpunt van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt vastgesteld op het toepasbaar bedrag uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; het percentage voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt vastgesteld op 80% van het toepasbaar maximum percentage uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4.. Er geldt geen eigen bijdrage: voor rolstoelen; voor de verhuiskostenvergoeding, die wordt verstrekt als een financiële tegemoetkoming; voor personen tot 18 jaar met in achtneming van het bepaalde in lid 7 van dit artikel; Voor de kosten die het college maakt voor de collectieve vraagafhankelijke vervoersvoorziening “Omnibuzz”; Voor de in deze verordening beschreven tegemoetkoming ten behoeve van meerkosten door chronische ziekte en/of beperking. Bij aanpassingen in collectieve ruimte(n) in die gevallen waarbij het individueel gebruik daarvan door de cliënt niet geborgd is. 5.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening, pgb of financiële tegemoetkoming ten behoeve van de inning van eigen bijdragen wordt als volgt vastgesteld: Op basis van het overzicht van de toepasselijke tarieven zoals is opgenomen in bijlage 2. De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening in natura, indien van toepassing inclusief onderhoud en reparatie, zoals door het college aan een door haar gecontracteerde leverancier zou worden betaald. De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 en geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, vast te stellen door het college op basis van een offerte. 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel