De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de bij deze verordening
behorende tarieventabel moeten worden betaald in drie gelijke
termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
maand die volgt op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één
maand later.
In afwijking van het eerste lid worden, indien het totaalbedrag
van de op één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op
één aanslagbiljet verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00
bedraagt, de rechten betaald in acht gelijke termijnen als de
verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
termijn steeds één maand later.
De rechten bedoeld in hoofdstuk V van de bij deze verordening
behorende tarieventabel moet worden betaald op het moment van de
kennisgeving.
De rechten bedoeld in hoofdstuk VI van de bij deze verordening
behorende tarieventabel moeten worden betaald:
indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van
de kennisgeving;
indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één
maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.
De rechten bedoeld in hoofdstuk VII van de bij deze verordening
behorende tarieventabel moeten worden betaald: op het moment van
de kennisgeving.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
onderdeel c., van de Invorderingswet 1990 met een
belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige
toepassing.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.