**1..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**2..** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9, 17, 55 van de wet niet nakomt;
indien de belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij niet volledig gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
**3..** Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 17, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of - vaststelling;
de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
**4..** In afwijking van hetgeen in Hoofdstuk 2 is bepaald, worden de volgende voorzieningen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet niet ingezet voor de arbeidsinschakeling van belanghebbenden jonger dan 27 jaar:
onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a van de wet;
de voorzieningen bedoeld in artikel 31, vijfde lid van de wet.
HOOFDSTUK 1
Artikel 6
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reintegratieverordening Wet werk en bijstand