Lid 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
Lid 2. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
Lid 3. De hoogte van een pgb:
wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
Lid 4. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
een hulpmiddel:
op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten;
Maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning
De uurloon-bedragen voor persoonsgebonden budget voor Huishoudelijke Ondersteuning zijn:
Professional: € 22,89 per uur per 1-4-2019; va 1-1-2020 wordt het tarief jaarlijks geïndexeerd met de OVA index min 1 jaar.
(Een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van Huishoudelijke ondersteuning)
Sociaal netwerk: minimumuurloon (per 01-01 van lopend jaar) met vakantiegeld en –uren (22 jaar en ouder) + 2%.
maatwerkvoorziening ondersteuning:
De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening ondersteuning wordt bepaald per arrangement Ondersteuning, op basis van het basistarief voor het betreffende arrangement Ondersteuning in natura. Afhankelijk van de uitvoerder van de maatwerkvoorziening ondersteuning worden de volgende percentages van dit basistarief gehanteerd:
1. Ondersteuning door een persoon die behoort tot het sociale netwerk dan wel een niet daartoe opgeleid persoon: 90% van het natura tarief.
2. Ondersteuning door een daartoe opgeleide professional of instelling: 95% van het natura tarief.
3. Vervoer binnen de maatwerkvoorziening ondersteuning wordt indien nodig bepaald op basis van 100% van het vervoer tarief in natura.
maatwerkvoorziening kortdurend verblijf:
De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening kortdurend verblijf wordt bepaald per dag, op basis van het basistarief voor kortdurend verblijf in natura. Afhankelijk van de uitvoerder van de maatwerkvoorziening kortdurend verblijf worden de volgende percentages van dit basistarief gehanteerd:
1. Kortdurend verblijf door een door een niet daartoe opgeleid persoon of ZZP’er: 90% van het natura tarief.
2. Kortdurend verblijf door een instelling (eventueel door de gemeente gecontracteerd): 95% van het natura tarief.
Eenvoudige woningaanpassingen:
Voor het berekenen van de kosten van eenvoudige standaard woningaanpassingen gelden de normbedragen, zoals opgenomen in de genormeerde lijst van prijzen van woningaanpassingen (nader gespecificeerd in het besluit Wmo). Deze normbedragen worden jaarlijks door de gemeente vastgesteld. De standaardaanpassingen kunnen conform de vastgestelde normbedragen uitgevoerd worden (bijvoorbeeld door aannemers of installateurs).
Complexe woonaanpassingen (bouwkundige- of woontechnische woonvoorziening):
1. De hoogte van het Pgb voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening en de daarmee eventueel samenhangende kosten van onderhoud, verzekering, keuring en reparatie wordt bepaald aan de hand van door de belanghebbende opgevraagde vergelijkbare offertes, waarbij de prijs van de leverancier die de goedkoopst adequate voorziening kan leveren doorslaggevend is. De gemeente is gemachtigd om een tegenofferte op te vragen.
2. De hoogte van het Pgb voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde die vermeld staat in de door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst adequate voorziening.
Verhuiskosten
1. Verhuiskosten worden uitsluitend in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt.
2. Het persoonsgebonden budget voor verhuiskosten bedraagt maximaal € 2.270,-.
3. De vervaldatum voor verhuiskosten betreft 1 jaar na datum beschikking.
Tijdelijke huisvesting:
1. Tijdelijke huisvestingskosten worden uitsluitend in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt.
2. Kosten van een tijdelijke huisvesting, die ontstaan doordat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van een woningaanpassing tijdelijk niet bewoond kan worden, kunnen worden vergoed.
3. De hoogte van het Pgb is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13, lid1 onder a van de Wet op de huurtoeslag.
4. Het Pgb kan maximaal voor de duur van 6 maanden worden verstrekt.
Bezoekbaar maken:
Het maximumbedrag dat wordt verstrekt bij het bezoekbaar maken van een woning, niet zijnde het hoofdverblijf, bedraagt maximaal € 4.538,-.
Woningsanering:
1. Woningsaneringen worden uitsluitend in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt.
2. Bij woningsanering (nieuwe bedecking van de vloer / raambekleding) in verband met astma en allergie en het verstrekken van rolstoeltapijten, wordt het persoonsgebonden budget voor woningsanering op basis van de maximum normbedragen verstrekt, zoals nader gespecificeerd in het besluit Wmo.
3. De in het het Besluit Wmo genoemde normbedragen worden bepaald op:
i. 100% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening tot twee jaar;
ii. 75% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening tussen de twee en vier jaar;
iii. 50 % bij een ouderdom van de te vervangen voorziening tussen de vier en zes jaar;
iv. 25% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening tussen de zes en acht jaar;
v. 0% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening van 8 jaar of ouder;
4. Een persoonsgebonden budget voor woningsanering wordt slechts éénmaal verstrekt.
5. Enkel de slaapkamer van de huidige woonsituatie komt in aanmerking voor sanering.
Auto aanpassingen:
1. Autoaanpassingen worden uitsluitend in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt en enkel indien de auto niet ouder is dan 3 jaar.
2. Het maximale bedrag voor een autoaanpassing bedraagt € 1.500,-.
Sportvoorziening
1. Sportvoorzieningen worden uitsluitend in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt.
2. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening bedraagt maximaal €3.500,- welke is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf, onderhoud en reparatie voor een periode van drie jaar.
Lid 5. Tussenpersonen of belangenbehartigers kunnen niet uit het pgb worden betaald.
Lid 6. Er bestaat geen aanspraak op een pgb:
Indien er een kortdurende ondersteuningsbehoefte van drie maanden of minder bestaat;
Indien de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, een van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;
indien ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, een van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
Indien de cliënt geen of een onvolledig plan van aanpak heeft overlegd;
Indien de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van een eerder pgb opgelegde verplichtingen;
Indien de beperkingen kunnen worden gecompenseerd met een collectieve voorziening;
Indien sprake is van een vervanging van een maatwerkvoorziening in natura waarvan de afschrijftermijn nog niet is verstreken;
Indien er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
Indien naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het pgb zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit;
Indien bekend is dat de cliënt op een zodanige termijn gaat verhuizen dat de afschrijftermijn van de maatwerkvoorziening ten tijde daarvan nog niet zal zijn verstreken;
Indien op voorhand vaststaat dat op korte termijn vervanging van de maatwerkvoorziening nodig is;
Indien de cliënt naar oordeel van het college redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het pgb te beheren, tenzij de cliënt de cliënt het beheren laat uitvoeren door een gemachtigde die:
Niet werkzaam is bij of via de rechtspersoon waar de ondersteuning met het pgb wordt betrokken.
Niet de rechtspersoon is, of gelieerd aan de rechtspersoon waar de ondersteuning met het pgb wordt betrokken.