Naar hoofdinhoud
Voor het gemeentelijk gesubsidieerd peuterprogramma wordt een erkend VVE programma gebruikt dat zich richt op de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het gemeentelijk gesubsidieerd peuterprogramma voor niet-doelgroepkinderen duurt in totaal 5,5 uur per week, verspreid over twee dagdelen per week. Het gemeentelijke gesubsidieerd peuterprogramma voor doelgroepkinderen duurt in totaal 11 uur per week, verspreid over vier dagdelen. Het gemeentelijk gesubsidieerd peuterprogramma wordt aangeboden gedurende 40 weken per jaar. Het peuterprogramma wordt aangeboden met een minimale bezetting van 5 kinderen per groep in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar (of wanneer gestart wordt met het basisonderwijs). Op een groep waaraan het gemeentelijk gesubsidieerd peuterprogramma wordt aangeboden staat minimaal één beroepskracht per 8 kinderen. In groepen van 9 tot maximaal 16 kinderen staan dus twee beroepskrachten. De begin- en eindtijden sluiten zoveel mogelijk aan bij de tijden van de basisschool. Tevens zal worden aangesloten bij de schoolvakanties. Op de locaties waar doelgroepkinderen worden geplaatst wordt op de betreffende groep voldaan aan de eisen vanuit Domein 8 waar de GGD op toetst. Er wordt gebruik gemaakt van een kind volgsysteem. De kinderopvangaanbieder houdt altijd een intake- en eindgesprek met de ouders/verzorgers. Daarnaast vindt jaarlijks een tienminutengesprek met de ouders/verzorgers plaats. Elk kind heeft een zogeheten koude overdracht van voorschoolse- naar vroegschoolse educatie. Het overdrachtsformulier wordt digitaal naar de leerkracht van groep 1 verzonden. Voor doelgroepkinderen en kinderen met behoefte aan extra zorg geldt dat er altijd een warme overdracht moet plaatsvinden. Dit houdt in dat het overdrachtsformulier in een persoonlijk gesprek met de leerkracht van groep 1 wordt besproken. De beroepskrachten hebben ten minste een opleiding gevolgd op SPW3-niveau of een gelijkwaardige opleiding. De beroepskrachten zijn minimaal Vversterk gecertificeerd en worden jaarlijks bijgeschoold. Daarnaast voldoen de beroepskrachten aan de 3F-taaleis op het moment dat dit wettelijk verplicht is. De kinderopvangaanbieder stelt jaarlijks een opleidingsplan op waarin staat beschreven hoe kennis en vaardigheden in voorschoolse educatie van beroepskrachten worden onderhouden. De kinderopvangaanbieder maakt afspraken met de in de omgeving liggende basisscholen over het VVE-programma zodat dit aanbod kan worden doorgezet op de basisscholen. Hierbij gaat het dan om afspraken zoals het formuleren van (tussen)doelen op het gebied van taal en/of rekenen. De kinderopvangaanbieder betrekt ouders actief bij het VVE-aanbod. De kinderopvangaanbieder overlegt stelselmatig, tenminste tweemaal per jaar, met het consultatiebureau (Zuidzorg) over doelgroepkinderen en kinderen met behoefte aan extra zorg. De kinderopvangaanbieder werkt mee aan de uitvoering van de VVE-monitor en past ver-beteraspecten toe volgens de kwaliteitscyclus. TOTSTANDKOMING OPDRACHT

Rechtspraak bij dit artikel