Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Voorschot, verantwoording en vaststelling subsidie bij minder dan 10 kindplaatsen

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Velsen 2019

1Het subsidiebedrag wordt bij een aanvraag van minimaal 5 kindplaatsen bevoorschot per kwartaal. Er is geen sprake van een voorschot bij minder dan 5 kindplaatsen. 2De aanvrager dient uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag gaat vergezeld van een financiële eindrapportage. De eindrapportage bevat: Algemeen: een financieel verslag. Hierin is o.a. opgenomen het gehanteerde uurtarief en de inkomsten uit ouderbijdragen. Uit het overzicht dient tevens te blijken of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag en/of de peuter een VVE-indicatie heeft. Per locatie: het aantal peuters dat gebruik heeft gemaakt van gesubsidieerde kindplaatsen, onderverdeeld naar soort subsidieplaats: voorschoolse educatie en reguliere peuteropvang en peuterarrangement. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien de eindrapportage hier aanleiding toe geeft. De gemeente is bevoegd te controleren of per peuter maximaal één gesubsidieerd peuterarrangement of aanbod voorschoolse educatie tegelijkertijd door de kindercentra in rekening is gebracht. Ter voorkoming van dubbele subsidiëring kan de gemeente bij een geconstateerde dubbeling een verrekening van het subsidiebedrag toepassen

Rechtspraak bij dit artikel