**1..** Woonvoorzieningen worden slechts verstrekt als deze zijn gericht op:
het verminderen of wegnemen van de beperkingen bij de uitvoeren van algemeen dagelijkse levensverrichtingen (normale gebruik van de woning); en/of
het kunnen gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimte(n),
in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
**2..** Een woningaanpassing en/of een woonvoorziening in de vorm van een traplift wordt slechts verstrekt voor de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
**3..** Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een woonvoorziening worden verstrekt gericht op de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.
**4..** Het college verstrekt geen woonvoorzieningen bestemd voor gemeenschappelijke ruimten anders dan: automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren en het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte.
**5..** Het college verstrekt geen woonvoorziening waaronder ook een woningaanpassing als de cliënt woonachtig is in een zorgcomplex bestemd voor bewoners met een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.6