Naar hoofdinhoud
1.. Voor de cliënt die in aanmerking wenst te komen voor een pgb ter realisatie van een woningaanpassing geldt dat: met de werkzaamheden waarop de maatwerkvoorziening betrekking heeft, geen aanvang mag worden gemaakt voordat het college positief heeft beslist op de aanvraag, tenzij het college daar schriftelijk toestemming voor heeft verleend; de cliënt het college desgevraagd toegang verleent tot de woning of het gedeelte van de woning waar de aanpassing wordt aangebracht; de cliënt desgevraagd inzage in de bescheiden en tekeningen verstrekt die betrekking hebben op de woningaanpassing; aan het college desgevraagd de gelegenheid wordt geboden tot het controleren van de woningaanpassing. 2.. De cliënt aan wie een pgb is toegekend voor het realiseren van een woningaanpassing aan de eigen woning is verplicht om te zorgen voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de getroffen woningaanpassing dekt voor het risico van schade. 3.. Het pgb voor het realiseren van een woningaanpassing moet binnen 12 maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het doel waarvoor het pgb is verstrekt en voldoen aan het programma van eisen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid, van de verordening. Bij de zogeheten gereedmelding overlegt de cliënt een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de woningaanpassing voldoet aan het programma van eisen. 4.. De cliënt draagt zorg voor een afdoende verzekering tegen verlies, diefstal en schade als de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorziening wordt meegenomen naar het buitenland. 5.. Bij de verstrekking van een pgb voor een hulpmiddel geldt dat de cliënt: verplicht wordt een onderhoudscontract af te sluiten met een leverancier, waarin tenminste zijn opgenomen de kosten van reparaties (inclusief arbeidsloon, administratiekosten, onderdelen, voorrijkosten), vervangende hulpmiddelen en het preventieve onderhoud; bij aanschaf van een vervoersvoorziening een daarvoor vereiste wettelijke aansprakelijkheidsverzekering af moet sluiten; het college desgevraagd in de gelegenheid moet stellen de met het pgb aangeschafte hulpmiddel te (laten) beoordelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel