Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van 10 Regeling HR-gesprekken

In deze regeling wordt verstaan onder: a. medewerker: de ambtenaar in de zin van de GAR, dan wel degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten; b. leidinggevende: degene die voor toepassing van deze regeling als hiërarchisch of functioneel leidinggevende is aangewezen (algemeen directeur/gemeentesecretaris, concerndirecteur, afdelingsmanager of teamleider); c. HR-gesprekscyclus: de planmatige gesprekken tussen leidinggevende en medewerker over werkplanning, ontwikkeling, inzetbaarheid, functioneren en beoordeling; d. individueel werkplangesprek: een jaarlijks, tweezijdig gesprek tussen de leidinggevende en de medewerker waarin het individuele werk- en ontwikkelplan van de medewerker wordt opgesteld; e. individuele werk- en ontwikkelplan van de medewerker (IWOP); f. voortgangsgesprek: een jaarlijks, gesprek tussen de leidinggevende en de medewerker over de voortgang van de in het IWOP vastgelegde afspraken; g. beoordelingsgesprek: een jaarlijks gesprek tussen de beoordelaar en de medewerker op basis van de vooraf door de beoordelaar opgemaakte voorgenomen beoordeling; h. beoordelaar: de direct leidinggevende van de medewerker; i. beoordeelde: de medewerker die wordt beoordeeld; j. beoordeling: een uniforme methode gericht op het vastleggen van het oordeel van de beoordelaar over de bereikte resultaten, ontwikkeling en functioneren van de medewerker in het beoordelingsjaar. De in het IWOP en in voortgangsgesprek(ken) vastgelegde resultaat- en ontwikkelafspraken vormen mede de basis van de beoordeling.

Rechtspraak bij dit artikel