Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Beleidsregels Gedenktekens in de openbare ruimte voor verkeersslachtoffers

Onderdeel van Beleidsregels Gedenktekens in de openbare ruimte voor verkeersslachtoffers

1.Algemeen Voor het plaatsen van een gedenkteken voor dodelijke verkeersslachtoffers is een vergunning nodig op basis van artikel 2.1.5.1 APV. 2. Aanvraag van vergunning a. Een vergunning voor een gedenkteken kan door een nabestaande worden aangevraagd tot 1 jaar nadat het dodelijk verkeersongeval plaatsvond. b. Om een aanvraag goed te kunnen beoordelen, moeten de volgende stukken worden overgelegd: - een ingevuld formulier "Plaatsen gedenkteken in de openbare ruimte"; - een foto en/of tekening van het gedenkteken; - de maten van het gedenkteken; - omschrijving van de materialen van het gedenkteken; - een situatieschets op schaal (1:100) van de locatie waar het gedenkteken wordt geplaatst; - overlijdensakte; - toestemming van de eigenaar van de grond waar het gedenkteken wordt geplaatst. 3. Vergunning a. De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal drie jaar met de mogelijkheid deze periode met drie jaar te verlengen, mits hiertoe een schriftelijk verzoek wordt ingediend bij het college. b. Bij het verlenen van de vergunning wegen de volgende aspecten zwaar mee in de besluitvorming: - verkeersveiligheid van de weggebruikers; - verkeersveiligheid van de bezoekers van het gedenkteken; - beheer en onderhoud van de wegberm; - locatie, omvang, afmetingen en materiaalgebruik van het gedenkteken. 4. Locatie, omvang, afmetingen en materiaalgebruik a. Algemeen: Vanwege de verkeersveiligheid moet een gedenkteken in omvang, constructie en vormgeving een ingetogen karakter dragen. Het gedenkteken mag niet afleiden van de rijtaak. De kwaliteit van het straatbeeld moet blijven behouden. De openbare ruimte mag niet worden beheerst door dominante aanwezigheid van een gedenkteken. b. Omvang/afmetingen: Gedenktekens met een maatvoering van 30 (l) x 30 (b) x 10 (h) cm zijn toegestaan. Het gedenkteken mag niet boven het maaiveld uitsteken. c. Materiaalgebruik Het gedenkteken is van duurzaam materiaal, zodat het na afloop van de vergunning eenvoudig kan worden verwijderd. Gebruikte materialen moeten tegen alle weersomstandigheden (regen, wind, zon en vorst) kunnen. Te denken valt aan materialen als steen, roestvrij staal of (milieu- vriendelijk) hardhout. d. Verkeersveiligheid - Het gedenkteken mag geen gevaar of hinder voor het verkeer opleveren. Zo mag het geen lichtgevende kleur hebben of uit glinsterend materiaal bestaan. Verlichting zoals lantaarns, kaarsen en/of akoestische signalen ten behoeve van het gedenkteken is niet toegestaan. - De afstand tussen het gedenkteken en de zijkant van een rijbaan en/of fietspad dient minimaal 1 meter te zijn. Bij plaatsing in een voetpad dient de resterende doorgang minimaal 90cm te zijn. e. Locatie: - De locatie van het gedenkteken wordt bepaald aan de hand van de ter plaatse aanwezige situatie. Om wildplaatsing te voorkomen dient het bermmonument binnen een straal van 5 meter vanaf de locatie van het verkeersongeval geplaatst te worden tenzij dit vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid of de bruikbaarheid van de weg niet verantwoord is. - Op viaducten en bruggen, in een middenberm, vluchtheuvels of aan bomen, verkeersborden, lichtmasten, of aan kasten van nutsbedrijven mogen geen gedenktekens worden geplaatst. f. Overig - Het gedenkteken mag geen gevaar opleveren, bijvoorbeeld door het hebben van scherpe punten waaraan mens of dier zich kan verwonden of door het hebben van losse onderdelen die de weg op kunnen waaien/rollen/vallen etc. - Het gedenkteken dient in overleg met de afdeling Beheer Openbare Ruimte te worden afgebakend middels paaltjes (zonder kettingen etc.) met een maximale hoogte van 0,50 meter boven het maaiveld en een afmeting van maximaal 10x10 cm. Deze markering is onder andere bedoeld om te zorgen dat de gemeente zonder schade te veroorzaken aan het monument, onderhoud aan de berm kan plegen. Tevens is het zo duidelijk voor de nabestaanden welk gedeelte van de berm zij moeten onderhouden. - Ter voorkoming van schade aan kabels en leidingen mag het gedenkteken in de grond worden verankerd tot een maximale diepte van 30cm. - Het plaatsen en verwijderen van het gedenkteken moet in het bijzijn van een medewerker van de afdeling Beheer Openbare Ruimte worden uitgevoerd. 5. Kosten van plaatsen en onderhoud a. Het plaatsen van een gedenkteken gebeurt door de nabestaande aan wie de tijdelijke vergunning is verleend. b. De kosten voor het maken, het plaatsen en het onderhoud van het gedenkteken zijn voor rekening van de nabestaande / vergunninghouder. c. Indien een gedenkteken niet wordt onderhouden, neemt de gemeente contact op met de nabestaande/vergunninghouder om eventuele verwijdering te bespreken. 6. (Tijdelijk) Verwijderen gedenkteken a. Het gedenkteken dient binnen twee maanden na het verstrijken van de vergunningperiode te worden verwijderd en de betreffende locatie dient weer in de oude toestand te worden hersteld b. De kosten voor het verwijderen van het gedenkteken zijn voor rekening van de nabestaande/vergunninghouder. c. Het is niet uitgesloten dat de vergunning voor het gedenkteken in verband met onvoorziene ontwikkelingen in de openbare ruimte (b.v. reconstructies, kabel- en leidingwerkzaamheden of verkoop van gemeente-eigendom) tijdelijk of definitief moet worden ingetrokken. De nabestaande/vergunninghouder moet het gedenkteken dan tijdelijk of permanent verwijderen. Dit geschiedt in goed overleg met de nabestaande/vergunninghouder. 7. Aansprakelijkheid a. De gemeente aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de door haar afgegeven vergunning en het daarmee gepaard gaand gebruik van gemeente-eigendom. b. De gemeente aanvaardt ook geen aansprakelijkheid voor verdwijning, beschadiging en/of vernieling van het gedenkteken. 8. Gedenktekens met een tijdelijk karakter Voor gedenktekens met een zeer tijdelijk karakter (bloemen, brieven, foto's, knuffels) gelden de volgende voorwaarden: - De voorwerpen liggen in een vak van maximaal 1 x 1 m. - De voorwerpen liggen niet op de rijbaan en/of fietspad. - Er dienen voorzieningen aangebracht te worden tegen wegwaaien. - De voorwerpen dienen na 12 weken te worden opgeruimd. - De aandacht van de automobilist mag er niet te veel door worden afgeleid. 9. Overig/aanvullende voorschriften a. Indien men een bijeenkomst wil houden bij het gedenkteken (b.v. bij het plaatsen of verwijderen) dient dit ten minste 7 werkdagen vooraf aangemeld te worden bij de gemeente, afdeling KlantContactCentrum. b. Het gedenkteken mag niet het karakter krijgen/hebben van een grafmonument. c. Het bezoeken van een gedenkteken in het donker moet worden voorkomen. d. Bezoekers van het gedenkteken moeten de auto parkeren bij bestaande parkeer- gelegenheden in de buurt. 10. Klachten Alle klachten betreffende gedenktekens worden mondeling, schriftelijk of digitaal gemeld bij de afdeling Klantcontactcentrum en geregistreerd in het centrale meldingensysteem van de gemeente. Bij gegronde klachten wordt de vergunninghouder/nabestaande aangeschreven om de klachten te verhelpen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel