Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening fysiek domein gemeente Haarlemmermeer 2018

In deze verordening wordt verstaan onder: Algemeen •. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; •. hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld; •. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; •. motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; •. NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; •. omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; •. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; •. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; •. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in deze begripsbepalingen; •. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of een persoonlijk recht; •. straatpeil: voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. Erfgoed •. gemeentelijk cultureel erfgoed: de aangewezen cultuurgoederen, monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten; •. stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden. Begraafplaatsen •. begraafplaatsen: de begraafplaatsen: Wilgenhof, gelegen aan de Hoofdweg 395 te Hoofddorp; Taxushof, gelegen aan de Rustoordstraat 17 te Nieuw-Vennep; Lindenhof, gelegen aan de Pavaverstraat 30 te Nieuw-Vennep; lepenhof, gelegen aan de Hoofdweg 776 te Hoofddorp; Meerterpen, gelegen aan de Spieringweg 1021 te Zwaanshoek; •. graf: een zandgraf of keldergraf; •. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; •. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; •. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; •. particulier graf dan wel eigen graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as. •. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; •. particulier urnengraf dan wel eigen urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; •. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; •. particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; •. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; •. grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats; •. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt; •. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf; •. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend. Kappen •. boom: houtachtige, overblijvende gewassen met een dwarsdoorsnede van de stam minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; •. dunning: kappen, dat uitsluitend als voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; •. gemeentelijke boom: een boom die op grond staat in eigendom van de gemeente; •. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; •. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal; •. knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; •. vellen: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een boom of van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; •. monumentale boom en waardevolle toekomstboom: een boom die als zodanig is aangewezen op de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bomenlijst met monumentale en waardevolle toekomstbomen. Buitenruimte •. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; •. gevelreiniging: het met behulp van schoonmaakapparatuur verwijderen van aanslag, verf, conserveerlagen of enig andere dergelijke stof van gevels, muren, daken, puien, bruggen, viaducten, pijlers of andere vergelijkbare oppervlakken; •. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; •. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; •. kampeermiddel: een onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; •. standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24; •. vaartuig: alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; •. woonschepen: elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot woonverblijf van een of meer personen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel