Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 15

Ontstaan van de blatingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijkse verschuldigde rechten

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenhef­fing en reinigingsrechten 2019

Het recht bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht, als bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1. van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als in het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van het voor een volledig tijdvak verschuldigde recht, als bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1. van de tarieventabel, als er in dat belastingtijdvak, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

Rechtspraak bij dit artikel