Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenhef­fing en reinigingsrechten 2019

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.2 onder 1.2.1 van de tarieventabel is verschul­digd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. onder 1.1.1. van de tarieventabel verschul­digd voor zoveel volle kalendermaanden als er in het tijdvak, na aanvang van de belasting­plicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van de voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 onder 1.1.1. van de tarieventabel, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag. Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand.

Rechtspraak bij dit artikel