**1..** De burgemeester vermeldt in een vergunning:
de vergunninghouder;
tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
de plaats waar de inrichting zich bevindt;
de situering en de oppervlakte van de inrichting;
de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden.
**2..** De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden.
**3..** De vergunning en het daarvan onderdeel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, en de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 2:28c, derde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 8.
Artikel 2:28a