1. Inkomsten uit arbeid worden gedurende maximaal 6 maanden vrijgelaten tot 25% van deze inkomsten met
een maximum als genoemd in artikel 31, lid 2, onder n, PW, artikel 8, lid 2, IOAW en artikel 8, lid 3, IOAZ voor
zover dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.
2. Als de vrijlatingstermijn van 6 maanden in het vorige lid is verstreken, worden inkomsten uit arbeid van de
alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind jonger dan 12 jaar, gedurende
een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden vrijgelaten tot 12,5% van deze inkomsten met een
maximum als genoemd in artikel 31, lid 2, onder r, PW, artikel 8, lid 5, IOAW en artikel 8, lid 9, IOAZ voor
zover dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.
3. In het kader van deze vrijlatingsfaciliteiten worden inkomsten uit arbeid in alle gevallen, behoudens bij lid 4, geacht
bij te dragen aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.
4. Inkomsten die voortvloeien uit illegale activiteiten (bijvoorbeeld diefstal/heling of drugsverkoop) alsmede inkomsten
uit arbeid waarvan geen, niet tijdig of onvolledig opgave is gedaan waardoor sprake is geweest van schending van
de inlichtingenplicht en teveel uitkering is verstrekt, worden niet geacht bij te dragen aan de arbeidsinschakeling
van de uitkeringsgerechtigde.
5. Het recht op de inkomstenvrijlating bestaat bij gehuwden voor ieder van de partners afzonderlijk met dien
verstande dat als beide partners in dezelfde maand recht hebben op deze vrijlating het maximale vrijlatingsbedrag
voor beide partners tezamen over die maand niet hoger is dan het maximale vrijlatingsbedrag als vermeld in
artikel 31, lid 2, onder n, PW, artikel 8, lid 2, IOAW of artikel 8, lid 3, IOAZ.
6. Het recht op de inkomstenvrijlating bestaat één keer per uitkeringsperiode.
7. Als de uitkeringsperiode ten minste 6 maanden wordt onderbroken, ontstaat er een nieuw recht op de
inkomstenvrijlating.
8. Overeenkomstig artikel 31, lid 5, PW geldt deze vrijlating niet voor uitkeringsgerechtigden jonger dan 27 jaar.
Artikel 3