Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.2:

Artikel 2:11:

Beschut werk

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Definitie: een werkplek die het college organiseert voor mensen die door lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen een zodanige mate van ondersteuning nodig hebben dat men van reguliere werkgevers niet kan verwachten dat zij deze mensen in dienst nemen, behalve met inzet van extra instrumenten uit deze beleidsregels. 2. . Doel: het optimaal benutten van de aanwezige loonwaarde van mensen en deze doelgroep arbeidsfit houden door in te zetten op arbeidsontwikkeling, waarbij het streven is om mensen met beperkingen de kans te geven zich te blijven ontwikkelen. 3. . Doelgroep: werkzoekenden voor wie een indicatie beschut werk is afgegeven. 4. . Nadere voorwaarden: het college benut de maximale mogelijkheden die de Wet Werk en Zekerheid biedt; van toepassing is de CAO van de branche waar belanghebbende het beschut werk verricht, voor zover aanwezig. Is dat niet het geval, dan geldt in ieder geval het wettelijk minimumloon; voor de doelgroep kan het college loonkostensubsidie inzetten; het college monitort de ontwikkeling van de loonwaarde en herbeoordeelt deze in overleg met de werkgever en de werknemer, waarbij het college in beginsel uitgaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de werknemer. 5. . Gronden voor beëindiging: het gestelde in artikel 5 van de Verzamelverordening is onverkort van toepassing; onverlet het gestelde in artikel 5 van de Verzamelverordening eindigt de voorziening op het moment dat de overeengekomen periode eindigt; onverlet het gestelde in artikel 5 van de Verzamelverordening eindigt de voorziening op het moment dat de financiering vanuit de rijksoverheid wijzigt.

Rechtspraak bij dit artikel