** 1. .** Het college ziet af van het opdragen van een tegenprestatie als belanghebbende voldoende maatschappelijk nuttige activiteiten verricht.
** 2. .** Onder 'voldoende maatschappelijk nuttige activiteiten', zoals bedoeld in het eerste lid, verstaat het college in ieder geval:
voor tenminste 80 uur op jaarbasis vrijwilligerswerk verrichten, waarvoor het college toestemming heeft verleend;
deelnemen aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject;
een traject volgen in het kader van hulpverlening;
zorgtaken verrichten als mantelzorger voor tenminste tien uur per week;
arbeid in dienstbetrekking verrichten voor tenminste tien uur per week;
voldoende solliciteren en anderszins voldoen aan de arbeidsverplichtingen.
** 3. .** Wanneer één van de omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d zich voordoet, moet belanghebbende hiervan bewijsstukken overleggen.
** 4. .** Het college kan een onafhankelijk advies inwinnen om te beoordelen of er redenen zijn af te zien van het opdragen van een tegenprestatie.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.6:
Artikel 2:21
Afzien van het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017