Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.6:

Artikel 2:21

Afzien van het opdragen van een tegenprestatie

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Het college ziet af van het opdragen van een tegenprestatie als belanghebbende voldoende maatschappelijk nuttige activiteiten verricht. 2. . Onder 'voldoende maatschappelijk nuttige activiteiten', zoals bedoeld in het eerste lid, verstaat het college in ieder geval: voor tenminste 80 uur op jaarbasis vrijwilligerswerk verrichten, waarvoor het college toestemming heeft verleend; deelnemen aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject; een traject volgen in het kader van hulpverlening; zorgtaken verrichten als mantelzorger voor tenminste tien uur per week; arbeid in dienstbetrekking verrichten voor tenminste tien uur per week; voldoende solliciteren en anderszins voldoen aan de arbeidsverplichtingen. 3. . Wanneer één van de omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d zich voordoet, moet belanghebbende hiervan bewijsstukken overleggen. 4. . Het college kan een onafhankelijk advies inwinnen om te beoordelen of er redenen zijn af te zien van het opdragen van een tegenprestatie.

Rechtspraak bij dit artikel