Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.2.1:

Artikel 4:5:

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid op grond van de PW

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties: het versneld interen van een vermogensoverschot, waardoor belanghebbende eerder een beroep moet doen op een uitkering op grond van de PW; het door eigen toedoen geen beroep kunnen doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening; zich niet aanvullend hebben verzekerd voor ziektekosten; zich niet of niet afdoende hebben verzekerd tegen de gevolgen van inbraak of wettelijke aansprakelijkheid. 2. . Wanneer sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid overweegt het college eerst een maatregel op grond van artikel 32, tweede, vierde of vijfde lid van de Verzamelverordening. 3. . Wanneer de toepassing van het tweede lid van dit artikel leidt tot onbillijkheden, geeft het college toepassing aan artikel 32, zesde lid van de Verzamelverordening. 4. . Van onbillijkheden, zoals bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake wanneer toepassing geven aan het derde lid leidt tot: onaanvaardbare financiële of sociale consequenties zoals een uithuiszetting of afsluiting van energie of water; levensbedreigend, dan wel blijvend letsel of invaliditeit, welke alleen is af te wenden door het verstrekken van bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel