Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.3:

Artikel 4:9:

Vaststellen hoogte bestuurlijke boete

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Het college stelt de hoogte van de bestuurlijke boete vast op: 100% van het benadelingsbedrag als de inlichtingenplicht opzettelijk is overschreden; 75% van het benadelingsbedrag als sprake is van grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 50% van het benadelingsbedrag als er geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 10% van het benadelingsbedrag als sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht. 2. . Bij recidive past het college de percentages, genoemd in het eerste lid van dit artikel, toe op het benadelingsbedrag, vermenigvuldigd met 150% van dit bedrag. 3. . Bij toepassing van het eerste en tweede lid is de bestuurlijke boete in ieder geval niet hoger dan: 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 24 maanden, als de inlichtingenplicht opzettelijk is overtreden; 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 18 maanden, als sprake is van grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 12 maanden, als er geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 6 maanden, als sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht. 4. . Als de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete lager is dan € 40,00 ziet het college af van het opleggen van een bestuurlijke boete. 5. . Het college verlaagt de hoogte van de bestuurlijke boete als dit vanwege bijzondere omstandigheden noodzakelijk is voor de vaststelling van een evenredige bestuurlijke boete. 6. . Het college geeft uitvoering aan artikel 2, tweede lid van het Boetebesluit socialezekerheidswetten over de afronding van de bestuurlijke boete, wanneer de boete lager is vastgesteld dan het benadelingsbedrag. 7. . Als de schending van de inlichtingenplicht heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 2013 en heeft voortgeduurd na 1 januari 2013, dan beoordeelt het college het gedeelte van de overtreding dat zich heeft voorgedaan vóór 1 januari 2013, naar het recht dat vóór die datum gold. 8. . Bij cumulatie van boeten, legt het college de hoogste boete op.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel