Indien ondanks het gestelde in artikel 3.11, lid 1 verwijzing plaatsvindt naar een niet-gecontracteerde aanbieder onder wie begrepen een aanbieder die weliswaar is gecontracteerd maar niet voor de voorziening waarvoor verwijzing plaatsvindt, is deze aanbieder gehouden om onverwijld, in ieder geval voor de start van de zorginzet contact te leggen met de gemeente middels een verzoek tot toewijzing.
Het verzoek tot toewijzing aan een niet-gecontracteerde aanbieder zoals genoemd in lid 1 zal door het college worden gedaan indien het college van oordeel is dat:
het zorgaanbod van de niet gecontracteerde aanbieder in het individuele geval passender is dan het reeds bestaande gecontracteerde aanbod; én
alsnog overeenstemming wordt bereikt over een te sluiten overeenkomst zorg in natura gelijk de reeds bestaande gecontracteerde aanbieders bij een soortgelijk zorgaanbod.
Hetgeen bepaald in artikel 3.11, lid 2 en verder, is ook van toepassing in geval van doorverwijzing naar een niet-gecontracteerde aanbieder.
Indien geen contractering plaatsvindt, zoals bedoeld in lid 2, komt geen opdracht tot verlenen zorg tot stand en accepteert de gemeente vervolgens geen declaratie van de betreffende aanbieder.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.3
Artikel 3.12
Doorverwijzing naar niet-gecontracteerde aanbieder
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Someren 2019