Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag voor een individuele voorziening:
de jeugdige, de ouders en huisgenoten op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen;
de jeugdige, de ouders en huisgenoten op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te laten bevragen en/of te onderzoeken.
De jeugdige, de ouders alsook de relevante huisgenoten in het kader van gebruikelijke hulp, zijn verplicht medewerking te verlenen aan de oproep als bedoeld in het eerste lid onder a en de bevraging en/of onderzoek als bedoeld in het eerste lid onder b.
Deze medewerkingsplicht van de jeugdige, de ouders en huisgenoten behelst ook de verplichting om:
aan het college, gevraagd en ongevraagd, mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op de voorziening;
medewerking te verlenen aan een bezichtiging van de persoonlijke woon- en leefsituatie, of een controle van een verstrekte of te verstrekken voorziening.
Wanneer het college gebruik maakt van zijn controlebevoegdheden, houdt het college rekening met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals die zijn verbonden aan het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.2
Artikel 3.6
De medewerkingsverplichting van de jeugdige, ouders en huisgenoten
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Someren 2019