Ingevolge artikel 8.1.1, eerste lid van de wet, vindt verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een pgb plaats indien de jeugdige of de ouders dit wenst c.q. wensen.
Ingevolge artikel 8.1.1, tweede lid van de wet, wordt een pgb alleen verstrekt indien:
de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; en
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is.
Het bepaalde in artikel 3.11, lid 2 tot en met 5, geldt ook in geval van de aanvraag van een pgb na toegang via huisarts, medisch specialist en jeugdarts. Dit betekent ondermeer dat de dienstverlener (pgb), gelijk de aanbieder (zorg in natura), gehouden is tot toepassing van het protocol en dat het college de mogelijkheid c.q. bevoegdheid heeft tot een beoordeling (contra-expertise) van het correct toepassen van het protocol door de dienstverlener en, in het verlengde daarvan, de juistheid van het voorgestane zorginzet waaronder begrepen de toets of sprake is van de goedkoopst passende voorziening.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kan de jeugdige of de ouders aan wie een pgb wordt verstrekt, met uitzondering van hetgeen bepaald in artikel 5.4 onder d, de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, op voorwaarde dat door de jeugdige of de ouders voldoende aangetoond is dat dit tot betere en efficiëntere ondersteuning leidt en doelmatiger is dan het betrekken van de jeugdhulp van iemand buiten het sociale netwerk gelet op
de frequentie van de hulp;
het type hulp;
de aard van de hulpvraag waaraan met de verstrekking van het pgb tegemoet wordt gekomen;
de duur van die hulpvraag;
de mate van (on-) planbaarheid van de zorg; en
de mate van verplichting die voortvloeit uit het pgb en de daaraan verbonden voorwaarden voor de persoon van wie de jeugdhulp betrokken wordt.
De jeugdige of de ouders leggen desgevraagd een volledig ingevuld pgb-plan over conform een daartoe voorgeschreven model. Door of namens het college zal vervolgens worden getoetst of er in de situatie van een jeugdige of de ouders concrete belemmeringen zijn, gelet op het gestelde in de leden 2 en 3, die gegronde reden zijn voor afwijzing van de aanvraag voor een voorziening in de vorm van pgb.
Indien de toekenning van een pgb het voortbestaan van een collectieve voorziening (individueel verstrekt) in gevaar kan brengen, wordt geen pgb verstrekt.