Het persoonsgebonden budget dient besteed te worden aan het doel/resultaat waarvoor het is verstrekt. Dit betekent dat het pgb in ieder geval niet besteed kan worden aan:
bemiddelings- en administratiekosten;
kosten verbonden aan opstellen pgb-plan;
reistijd, vervoers- en parkeerkosten van de dienstverlener;
overheadkosten van de dienstverlener waaronder mede begrepen kosten van de dienstverlener tot opstellen van een zorg- of werkplan; en
feestdagen- en/of eenmalige uitkering of cadeau aan dienstverlener; en
een overlijdensuitkering voor de dienstverlener.
Het persoonsgebonden budget mag niet besteed worden aan kosten die zijn te beschouwen als algemeen gebruikelijk.
Het volledige bedrag aan pgb dient verantwoord te worden. Er wordt geen verantwoordingsvrij bedrag gehanteerd.
Het is de jeugdige of de ouders niet toegestaan om met dienstverlener een vast maandloon overeen te komen dan wel een andersoortige afspraak te maken op basis waarvan uitbetaling door SVB aan dienstverlener plaatsvindt zonder voorafgaande verplichting van jeugdige of de ouders tot overlegging aan SVB van een door jeugdige of ouders geaccordeerde factuur of specificatie van ingezette zorg.
Uitbetaling van een eenmalige pgb vindt plaats na overlegging van factuur waaruit realisatie van de gemaakte kosten blijkt door storting op de rekening van de jeugdige of de ouders of degene die als diens wettelijke vertegenwoordiger optreedt.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.3
Begrenzing van de bestedingsvrijheid van de pgb-houder
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Someren 2019