1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en omvang van de daarbij horende werkzaamheden.
2. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles.
3. Ter bevordering van een doelmatige en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant en auditcommissie, een vertegenwoordiger van de rekenkamer, de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris en de manager Bedrijfsvoering / concerncontroller.
Artikel 4.
Inrichting accountantscontrole
Onderdeel van Controleverordening gemeente Twenterand 2018