**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
De wet: de Wet Werk en Bijstand (Hierna ook WWB - wet van 9 oktober 2003, Stb. 2003, 375);
norm: het bedrag als bedoeld in artikel 20, lid 1, onderdeel c en lid 2, onderdeel c, alsmede artikel 21 van de wet;
uitkering: de norm, op grond van deze verordening eventueel vermeerderd met een toeslag voor een alleenstaande (ouder) of verminderd met een verlaging voor gehuwden;
gehuwdennorm: de bijstandsnorm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onder c van de wet;
woonkosten:
1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet (wet van 24 april 1997, Stb. 1997, 197);
2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde netto-hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten (het rioolrecht, het eigenaarsdeel van de onroerend zaakbelasting, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en de erfpachtcanon) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag aan onderhoud.
medebewoning: de situatie waarin naast belanghebbende(n) één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als de alleenstaande, de alleenstaande ouder of gehuwden;
beroepsmatige verzorging: verzorging of verpleging in een inrichting als bedoeld in de wet.
**2..** Tenzij anders is bepaald, wordt aan de in deze verordening gehanteerde begrippen de betekenis toegekend die in de wet is aangegeven.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Scherpenzeel