**1..** De belanghebbende die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening een uitkering krachtens de wet ontvangt als alleenstaande of alleenstaande ouder, behoudt, indien door de inwerkingtreding van deze verordening een lagere toeslag wordt verstrekt, gedurende een periode van ten hoogste een jaar recht op de toeslag als bepaald op grond van de Toeslagenverordening nAbw gemeente Scherpenzeel d.d. 25 november 1999, tenzij zijn omstandigheden wijzigen of de bijstandsverlening gedurende tenminste 30 dagen wordt onderbroken.
**2..** De belanghebbenden die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening een uitkering krachtens de wet ontvangen als gehuwden, behouden, indien door de inwerkingtreding van deze verordening een (hogere) verlaging op de uitkering wordt toegepast, gedurende een periode van ten hoogste een jaar recht op de uitkering als bepaald op grond van de Toeslagenverordening nAbw gemeente Scherpenzeel d.d. 25 november 1999, tenzij hun omstandigheden wijzigen of de bijstandsverlening gedurende tenminste 30 dagen wordt onderbroken. De belanghebbende die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening een uitkering krachtens de wet ontvangt als alleenstaande of alleenstaande ouder en die door de inwerkingtreding van deze verordening een hogere toeslag moet worden verstrekt, ontvangt deze hogere toeslag ingaande 1 september 2004.
**3..** Voor de belanghebbenden die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening een uitkering krachtens de wet ontvangen als gehuwden en waar een verlaging op de uitkering wordt toegepast, die door de inwerkingtreding van deze verordening op een lager percentage dient te worden vastgesteld, wordt de nieuwe norm toegepast ingaande 1 september 2004.
Hoofdstuk 4
Artikel 9
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Scherpenzeel