Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019

1.. De rechten als bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten als bedoeld in artikel 15, derde lid verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in artikel 15, derde lid als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. 5.. Indien het totaal van de aanslag(en) reinigingsrechten verenigd op één aanslagbiljet minder dan € 10,- bedraagt, wordt geen aanslag opgelegd. 6.. Een vermindering van de aanslag leidt niet tot een teruggaaf indien het te restitueren bedrag minder bedraagt dan € 5,00 .

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel