**1.** De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien: o a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;o b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;o c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;o d. niet binnen [termijn] jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
**2.** Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.