Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.7

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2019

1. Indien de jeugdige het wenst, verstrekt het college een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2. Vastgesteld is dat ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen, en in staat zijn om de rechten en plichten die zijn verbonden aan het pgb op een verantwoorde manier uit te voeren. 3. Bij de overweging welke voorziening in een pgb verstrekt kan worden, wordt eerst bekeken of jeugdhulp met bijbehorende tarieven zoals genoemd in Bijlage 1 toereikend is voor de jeugdige en/of zijn ouders. Deze jeugdhulp in pgb is veelal individuele ambulante begeleiding korter dan 110 uur, groepsbegeleiding minder dan 110 dagdelen of behandeling van minder dan 75 uur. Het tarief in bijlage 1 betreft een arrangementsprijs voor de gehele duur van het jeugdhulptraject. 4. Als de jeugdhulp middels een pgb zoals genoemd in het derde lid niet toereikend is kan er jeugdhulp worden toegekend zoals genoemd in Bijlage 2. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen. De hoogte van het persoonsgebonden budget binnen deze jeugdhulp is het aantal benodigde eenheden maal het geldende tarief voor de benodigde jeugdhulp. 5. De volgende voorwaarden zijn van toepassing op de berekening en de hoogte van het pgb: a. De hoogte van het pgb wordt bepaald aan de hand van de in het plan van aanpak beschreven resultaten en het budgetplan wat door de jeugdige en/of zijn ouders is opgesteld over hoe zij het pgb gaan besteden. b. De hoogte van het pgb is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen. c. De hoogte van het pgb bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura. d. Het college houdt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb rekening met het feit of er sprake is van formele hulp of informele hulp. e. Bij de differentiatie van tarieven zoals genoemd in het vijfde lid, sub d wordt onderscheid gemaakt tussen geregistreerde jeugdhulporganisaties, -instellingen en zzp'ers die aan de kwaliteitseisen voldoen en jeugdhulp leveren (formele hulp) enerzijds en informele zorgverleners anderzijds. f. De tarieven die gebruikt worden voor alle toe te kennen voorzieningen in pgb worden genoemd in Bijlage 1 en Bijlage 2 van deze verordening. 6. Jaarlijks per 1 januari vindt indexering plaats van de tarieven. De indexering bedraagt hetzelfde percentage als de indexering van de tarieven zorg in natura die wordt gebruikt voor de inkoop van jeugdhulp. Voor een individuele voorziening die start in 2018 en doorloopt in 2019 en verder geldt het volgende voor de indexering van de tarieven pgb: a. De tarieven van de voorzieningen jeugdhulp genoemd in Bijlage 1, tarieven die in voorgaande jaren te hoog of te laag zijn geïndexeerd en de tarieven van voorzieningen 82, 83, 84, 85, 121, 122, 123, 124, 125 en 126 van de hoogspecialistische jeugdhulp in Bijlage 2 worden met de jaarovergang niet geïndexeerd. b. Alle tarieven in bijlage 2, behoudens de tarieven genoemd in lid 6, sub a van dit artikel, worden wel geïndexeerd. 7. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: a. Voor persoonlijke verzorging en begeleiding. b. Bij de inzet van een persoon uit het sociale netwerk wordt door het college advies opgevraagd bij een extern bureau over de passendheid van deze inzet. c. Deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt. 8. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. 9. Gewaarborgd is dat de voorziening die met het pgb betaald wordt, van goede kwaliteit is. 10. De jeugdhulpaanbieder dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. 11. Het college kan in nadere regels aanvullende kwaliteitseisen stellen aan informele zorgverleners. 12. De aanvraag voor een pgb omvat in ieder geval: a. de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een pgb gewenst is b. de te treffen individuele voorziening en het beoogde doel c. de vooringenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en kosten vastgelegd in het budgetplan d. de kwalificaties van de uitvoerder 13. Het college kan een pgb weigeren indien aan de jeugdige en/of zijn ouders in de afgelopen jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een pgb is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het pgb. 14. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb 15. Om de afspraken tussen jeugdhulpaanbieder en de jeugdige en/of ouders vast te leggen wordt verplicht gebruik gemaakt van de modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). 16. Het college kan al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s onderzoeken vanuit het oogpunt van kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid. 17. Het college kan nadere regels omtrent pgb vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel