Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 40

Compensatie

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Gorinchem 2011

1. Compensatie moet worden geboden door het toevoegen aan de woningvoorraad van andere, vervangende woonruimte die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardig is aan de te onttrekken woonruimte. 2. Voor het berekenen van de vloeroppervlakte van de te compenseren woonruimte wordt uitgegaan van de gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580. 3. Indien en voor zover de compensatie als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is, is de aanvrager een financiële bijdrage verschuldigd. Daarbij gelden de volgende prijzen (per vierkante meter), als een vergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend:a. € 371 in geval van het geheel of gedeeltelijk onttrekken aan de woonbestemming van zelfstandige woonruimte;b. € 286 in geval van het geheel of gedeeltelijk onttrekken aan de woonbestemming van niet-zelfstandige woonruimte;c. € 201 in geval van samenvoeging of omzetting van woonruimte. 4. Als een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 38 vijfde lid wordt verleend, wordt tien procent (10%) per jaar van het bedrag genoemd onder respectievelijk 3.a, 3.b of 3.c gehanteerd (afhankelijk van welke situatie van toepassing is). 5. Het fonds dat door deze compensatiegelden wordt gevormd, kan uitsluitend in het kader van de volkshuisvesting worden aangewend. 6. Bij het als compensatie toevoegen van woonruimte dient door de aanvrager binnen vier weken na de verzenddatum van het besluit van burgemeester en wethouders een waarborgsom te worden betaald, ter grootte van een door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag. 7. De waarborgsom vervalt aan het in het vijfde lid bedoelde fonds wanneer niet binnen een jaar na het besluit tot vergunning andere, vervangende woonruimte aan de woningvoorraad is toegevoegd. Zonodig kan deze termijn telkens met een jaar worden verlengd tot maximaal drie jaar. 8. Voor elk jaar of gedeelte van een jaar waarin de woonruimte onttrokken is geweest, vervalt een derde deel van de waarborgsom aan het in het vijfde lid bedoelde fonds.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel