Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Voor openstaande vorderingen betreffende:
onroerende-zaakbelastingen;
belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten;
baatbelasting;
forensenbelasting;
toeristenbelasting (land en water);
parkeerbelasting;
hondenbelasting;
reclamebelasting;
precariobelasting;
rioolheffing; en
reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht),
wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 10.000 een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening Mook en Middelaar 2019