Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt door de houder ingediend voor 1 april van het jaar dat volgt op het boekjaar. De houder draagt er zorg voor dat over dat boekjaar de volgende informatie beschikbaar, bereikbaar en voor het college toegankelijk is: Het contract tussen aanbieder en ouder(s) waarin ten minste is opgenomen: Actuele toetsingsinkomen; De duur van de plaatsing van het kind in weken; De omvang van de plaatsing in uren per week; Het voor de plaatsing geldende uurtarief van het kindercentrum. Een verklaring van de ouder omtrent de woon- of verblijfplaats van het geplaatste kind; Een onderbouwde verklaring van de ouder dat geen of een beperkte aanspraak gemaakt kan worden op de kinderopvangtoeslag; Indien beschikbaar het indicatiedocument waaruit blijkt dat het kind een doelgroepkind is; Gerealiseerde bezetting van de kindplaatsen per soort uurtarief. 2.. Bij de aanvraag worden de gegevens verstrekt die nodig zijn om tot subsidievaststelling te kunnen komen, waaronder een overzicht van de gerealiseerde bezetting van de kindplaatsen per soort uurtarief en de ontvangen ouderbijdragen gedurende het boekjaar. 3.. De vastgestelde subsidieaanspraak over het boekjaar is niet lager dan 90% van de naar verhouding van de gerealiseerde bezetting en het voor die bezetting geldende uurtarief vergelijkbare aanspraak in het voorafgaande boekjaar.

Rechtspraak bij dit artikel